Bobbie kijkt uit op de Kromme Rijn

Leven in het nu, het klinkt zo eenvoudig, maar de toekomst ligt op de loer en trekt aan me. Alsof daar pas de voldoening ligt, in het verschiet. Zo zonde, want de dag van vandaag dreigt me daardoor te ontglippen. Soms kijk ik de kunst af bij mijn wollige leermeester, maar het dichtstbij kom ik als ik schrijf.

Jaren geleden deed ik een cursus mindfulness. Heerlijk vond ik het en maakte zelfs een eigen meditatiekussen. Lange tijd heeft het boek ‘De kracht van het nu‘ op mijn nachtkastje gelegen. Steeds begon ik opnieuw met lezen. Zo sterk was mijn behoefte om los te komen van het streven en de constante druk die ik mijzelf oplegde om vooral te blijven groeien, voor later. Alsof het leven in de toekomst belangrijker was dan het leven van dat moment.

De meditatie is allang naar de achtergrond verdwenen en in het boek van Tolle ben ik nooit verder gekomen dan hooguit een kwart. De toekomst wist me met zijn gretige klauwen steeds weer naar zich toe te trekken, me te verleiden mijn blik weer op hem te richten. Zo zonde, want het voelt alsof het echte leven steeds weer aan me ontglipt. Zelfs nu mijn ogen allang geopend zijn voor het genot van het moment, van het nu.

Gelukkig heb ik sinds een paar jaar mijn wollige leermeester Bobbie, onze blonde labradoodle. Soms kijk ik bij hem af als hij zijn blik op oneindig richt of als hij zonder kennis van de ‘liggende twist’ als een wokkel op de grond ligt. Oneindig lang kan hij genieten van een kroelende hand en stopt die hand met kroelen dan zoekt hij zijn mand op en is ook daar innig tevreden.

Mijn manier waarop ik het dichtst bij leven in het nu kom, is door te schrijven. Het helpt me om stil te staan bij hoe ik me nu voel, wat er nu speelt en om in het nu te blijven. Dan landt er een rust in me. Schrijvend met mijn ene hand en kroelend met de andere word ik me via mijn eigen woorden bewust van wat er nou echt belangrijk is. En dat ligt zelden in de toekomst.